Ga naar de inhoud

Enthousiaste presentatie voor leden Zonnebloem Alblasserdam/ Papendrecht

Koos Leeuwenstein houdt een interessante presentatie voor de leden van de Zonnebloem over het ontstaan van de Alblasserwaard

Er zaten ruim 31 ouderen van de Zonnebloem Alblasserdam/Papendrecht in de zaal, die aandachtig luisterden naar de presentatie. Ze werden begeleid door 11 vrijwilligers. Koos Leeuwenstein van de afdeling PR en Communicatie van de Natuur- en Vogelwacht “De Alblasserwaard” vertelde op 12 februari over het ontstaan van de Alblasserwaard en ook over de doelstellingen en activiteiten van de Natuur- en Vogelwacht “De Alblasserwaard”. Het ging met name over de kwetsbaarheid van de natuur. Ook werd er aandacht geschonken aan de verschillende vogelsoorten, insecten en planten in de Alblasserwaard. Dit gebeurde aan de hand van mooie en duidelijke afbeeldingen.

Wetenswaardigheden

Koos besteedde ook aandacht aan de staat van de natuur in de Alblasserwaard. Vanaf 2000 is het aantal weidevogels met 50% gedaald. De aantallen grutto’s zijn de laatste 5 jaar gelijk gebleven. Bijna verdwenen uit het landschap zijn de scholekster en de veldleeuwerik. Er is een duidelijke afname van insecten met 50 tot 60 %. De aantallen grasland- en argusvlinders zijn teruggelopen en dit geldt ook voor de loopkevers en motten. Met de vaste planten, kruiden, mossen is het niet goed gesteld en geldt er een afname van gemiddeld 30 tot 50%. De oorzaak van deze afnames moet gezocht worden in de herhaalde bemesting en het intensieve maaibeheer. Ontwatering, stikstof en verzilting zijn eveneens de boosdoeners. Daarentegen is het Engels raaigras enorm toegenomen.

Een kleine greep uit de geschiedenis van de Alblasserwaard

De Alblasserwaard vormt het zuidelijk deel van het Groene Hart. De Alblasserwaard is een uitgestrekt veenweidegebied beneden de zeespiegel. De bodem bestaat voor het grootste deel uit klei op veen. De geschiedenis van de Alblasserwaard gaat terug naar de laatste ijstijd, waarbij zandduinen (de latere donken) ontstonden door de wind. Neanderthalers, wolharige neushoorn, mammoet en het reuzenhert leefden hier in die periode. Van 5500 tot 3000 voor Christus waren er moerassen en bossen en bewoning van donken (een heuvel tegenover een lager gelegen gebied) en oeverwallen. Na de jagers die de eerste bewoners waren, verschenen de eerste boeren die leefden van 3000 tot 700 voor Christus. Het waren kleine gemeenschappen en de landbouw vond plaats op oeverwallen en de beplanting verdween. Meer informatie is te zien op onderstaande afbeeldingen.

Verslag en foto’s: Linda Manz

Bijbehorende sheets van Koos Leeuwenstein bij zijn presentatie