Zoogdierennieuws

 

17 februari 2016 Grootoor vleermuis in de tunnel.


Woensdag 17 februari, is de vleermuistunnel geïnventariseerd. De luchtvochtigheid is 90% en de temperatuur 5 graden.
Tussen de opgestapelde stenen hebben we één Grootoor vleermuis gezien. Dit is dus voor het eerst dat er een echte overwinteraar in de vleermuistunnel is.
Ook nog drie dagpauwogen.

De Grootoor vleermuis meet van kop tot romp tussen de 4 en 5 cm. De oren zijn
tussen 3 en 4 cm. Dus redelijk groot. Tijdens de winterslaap vouwt hij de oren wat naar achteren en slaat de vlieghuid om zich heen. De bovenzijde is lichtbruin en de onderzijde grijs. Deze onderzijde valt tijdens de winterslaap duidelijk op. Grootoren tref je in een winterverblijf meestal solitair aan. In ieder geval nooit meer dan drie. Winterverblijven kunnen kelders, bunkers, groeven en grotten zijn. Zelden in holle bomen.

 

Na 15 jaar een vleermuis in de vleermuistunnel


In mei  2000 is de buis voor de vleermuistunnel geplaatst. Na de nodige werkzaamheden, kon het vleermuizenverblijf in oktober 2000 officieel worden gesloten. De tunnel is namelijk niet toegankelijk voor publiek. Uiteraard wel voor vleermuizen die er dan in alle rust hun intrek kunnen nemen.

Ieder jaar wordt in de herfst- en winterperiode de tunnel gecontroleerd. De luchtvochtigheid moet boven de 80% zijn en de temperatuur mag niet lager worden dan 4 graden. In de eerste jaren is met emmers water de luchtvochtigheid op het juiste peil gebracht. Ook zijn er wat aanpassingen gedaan aan de verblijfplaatsen. Zo zijn er bijvoorbeeld wat extra stenen los opgestapeld om meer schuilmogelijkheid voor de vleermuizen te creëren.

De tunnel deed, tot nu toe, dienst als opvangplek voor gevonden en bij de vogelwacht gebrachte vleermuizen. Het ging dan meestal om vleermuizen waarbij de winterslaap verstoord werd. Dit kan al gebeuren als een stapel openhaardhout wordt verplaatst of als de overwinterplek in de winterperiode wordt verbouwd  of gerestaureerd(denk hierbij aan kerkzolders).

Bij iedere controle hoopten we een vleermuis aan te treffen. Na jarenlang van geduldig wachten, is dan nu eindelijk dat geduld beloond. Tijdens ons bezoek op 16 september hing er een Watervleermuis in de tunnel. Wat een mooie ontdekking.

De Watervleemuis (Myotis daubentonii) is een In Nederland en België algemeen voorkomende soort. Zoals de naam al aangeeft, het liefst in de omgeving van water. Hij heeft een afmeting van ongeveer 6 centimeter. De oren zijn duidelijk te zien. De voeten zijn groot en hebben lange borstelharen. Waarmee het voedsel  zoals Dansmuggen en Kokerjuffers behendig wordt  gevangen. Hij vangt prooidieren met de voeten of met de staartvlieghuid van het wateroppervlak af. Daarbij kun je  de  lichte buikzijde duidelijk zien.

Op zijn plek in de tunnel vielen vooral de voeten en de oren op. Samen met de kleur van de vacht hebben we kunnen vaststellen dat het een Watervleermuis betreft.
In de natuurwereld is het zó dat je de optimale omstandigheden voor een bepaalde diersoort creëert en dan afwacht of deze soort het ontdekt en zich er wil vestigen. Soms moet je daar heel veel geduld voor hebben. In dit geval dus 15 jaar. Deze vleermuis gaat er waarschijnlijk in winterslaap. Wie weet, volgen er in de komende jaren meer.

 

 

Jaaroverzicht 2014

Hier kunt u het jaaroverzicht van 2014 vinden.

 


Reeen in de sneeuw (Noordeloos) foto Eric Verhagen


Bezoek oude toren, vleermuizen telling. (31 januari 2013)

Het stormt en de temperatuur is ca. 7 graden. Klokslag twee uur staan we beneden in de toren die op dit moment, na de strenge vorst, zeer vochtig is. Het geloei van de wind is hoorbaar en voelbaar. Eerst wordt de benedenverdieping onderzocht. Veel spinnenwebben  Op de tweede verdieping bekijken we alle nissen en halen loszittende stenen weg. We ontdekken twee nesten met overwinterende Lieveheersbeestjes, wat afgebeten vlindervleugels (Kleine Vos, Roesje & Huismoeder), een Dagpauwoog in winterslaap en veel uitwerpselen van vleermuizen. Dit duidt op de aanwezigheid van vleermuizen. Echter voor het winterseizoen hebben ze deze keer niet gekozen voor de toren. Althans, voor ons niet te ontdekken. Het is en blijft een jaarlijks interessant bezoek; ook als er het resultaat nul uit komt.

 

Bezoek Oude Toren, overwinterende vleermuizen (20 januari 2012)

De jaarlijkse inventarisatie van overwinterende vleermuizen was weer een succes. Zoals gewoonlijk bij dit bezoek, waaide er een gure wind rond en in de toren. Voor vleermuizen is dit geen bezwaar; Zij zoeken toch wel de luwe plekken op om de winter door te brengen. Alle nissen en kieren worden goed nagekeken. Uiteraard met behulp van een zaklantaarn. Op de eerste verdieping hadden twee Ruige Dwergvleermuizen zich verborgen. Respectievelijk in een nis achter een loszittende steen en tussen een plank en de muur. De tocht naar de tweede verdieping werd eveneens beloond met de vondst van een Grootoor vleermuis. Deze keer op een ( voor ons nieuwe )plek in een nis naast de trap naar de derde verdieping. De toren blijft dus een succesvolle overwinter plek voor vleermuizen. Behalve vleermuizen waren er ook nog ca. 1000 Lieve heersbeestjes aan het overwinteren.
 

Egels uitgezet in het Alblasserbos

In Rotterdam is er een egelopvang centrum. De met succes verzorgde egels, kunnen in het Alblasserbos weer worden uitgezet. Dit heeft al een aantal keer plaatsgevonden. De tuinman van de Natuur – en Vogelwacht (Carl) legde in het bos een paar egelburchten aan. De medewerkers van de egelzorg waren er enthousiast over. Zij verwachten dan ook dat de egels zich met succes zullen vestigen.

Overigens heeft de egelopvang ook een plek gekregen in Sliedrecht.
Contactpersoon: Neele Walschot
Baanhoek Sliedrecht
0184-417861


Vleermuiskasten in Alblasserbos ook in 2011 een succes (november 2011)

In de laatste week van september zijn de vleermuiskasten gecontroleerd. Inmiddels  is er een aantal kasten vervangen door houtbeton kasten. Dit heeft geleid tot een nog hogere bezetting van de kasten. Van de 11 kasten waren er vijf bewoond. In totaal 13 Ruige -dwergvleermuizen.
Het mannetje ruige dwerg zoekt in het najaar geschikte plaatsen om te gaan paren. Hij zoekt hiervoor één van de kasten uit en verzamelt dan veel wijfjes om zich heen. Eenmaal bevrucht, blijft de eicel opgeslagen tot na de winterslaap om pas dan tot ontwikkeling te komen. De groei van de bevruchte eicel kost veel energie . In de winter moeten vleermuizen daar zuinig mee zijn. Op deze manier heeft de natuur het prachtig opgelost. Na de paring vertrekken de vleermuizen naar Oost Europa om te overwinteren. De kasten zijn dus géén winterverblijf.

Nel Welschen