Weidevogelnieuws

Artikel AD Rivierenland (juni 2013)
In het AD Rivierenland stond 26 juni j.l. een artikel over weidevogels en Landschapsbeheer Zuid-Holland. Het interview voor het artikel is door Levien Vermeer gehouden op 14 mei 2013 op het melkveebedrijf van Ronald Vonk in Giessenburg. Daar waren naast de boer en zijn vrouw ook Aletta van der Zijden, de fotograaf en Jan Andeweg bij aanwezig.

 

Artikel Kompas (april 2012)

In de voorjaarsbijlage van Het Kompas (Sliedrecht/Hardinxveld) stond dit leuke artikel van Caroline Voorbergen over het beschermen van Weidevogels in de Alblasserwaard.



Jaarverslag 2009

Bedrijven en vrijwilligers
De 40 actieve vrijwilligers hebben op 90 agrarische bedrijven meegeholpen met het opsporen en zo nodig beschermen van de nesten van de weidevogels. Vier vrijwilligers begonnen in 2009 met nesten zoeken en vijf vrijwilligers zijn gestopt. Van 102 bedrijven werden legselgegevens ontvangen en verwerkt in de database. Van 19 bedrijven werden geen nestgegevens ontvangen of zijn geen nesten gevonden.  Van 12 nieuwe bedrijven werden nestgegevens ontvangen. De totale oppervlakte kwam uit op 3.774 ha; waarvan 3.444 ha grasland, 311 ha maïsland en 19 ha graan en  overig land.

Polders en hectares afgezocht land
In 38 polders werden weidevogelnesten gevonden en geregistreerd. Uit polder Molenaarsgraaf werden van 365  ha de nestgegevens ontvangen. Uit polder Streefkerk van 356 ha. En polder Noordzijde van Noordeloos eindigde met 341 ha afgezocht land op de derde plaats. In Nieuw-Lekkerland waren op 262 ha agrariërs met weidevogelbescherming actief. Nestgegevens werden ontvangen van polder: Brandwijk 196 ha, Peursum 141 ha, Bleskensgraaf 132 ha, Den Beemd 174 ha, Groottewaard (Noordeloos) 172 ha, Lage Giessen 124 ha, Binnentiendwegs (Giessenburg) 121 ha. Van nog 27 polders werden nestgegevens ontvangen met een oppervlakte < 100 ha.

Activiteiten vrijwilligers
Veertig vrijwilligers hebben actief gezocht naar weidevogelnesten. 26 vrijwilligers waren actief op 1 bedrijf, 3 op 2 bedrijven, 2 op 3 bedrijven, 1 op 4 bedrijven, 3 op 5 bedrijven, 4 op 6 bedrijven en 1 op meer dan 6 bedrijven. Vijf vrijwilligers zoeken geen nesten maar zijn actief als alarmteller. Eén vrijwilliger beheert het materiaal: markeerstokken, nestbeschermers en sleepslanglichters.  7 vrijwilligers registreren legselgegevens op bedrijfsniveau in de database. Eén vrijwilliger onder- houdt de database op groepsniveau en voert van bedrijven ook nestgegevens in. Vier vrijwilligers zijn actief als mentor en nemen beginners mee het veld in om kennis over te dragen. Een viertal clusterhoofden onderhoudt contacten met agrariërs in hun cluster en verzamelen na afloop van het seizoen de legselgegevens. Er is een 'harde kern' van zo'n acht ervaren vrijwilligers die ondersteunende hand- en spandiensten verlenen. En waar te allen tijde een beroep op gedaan kan worden.

Resultaten 2009
Van 13 soorten werden in totaal 2194 nesten gevonden. Van 1844 nesten (84%) is de afloop (uit, niet uit) geregistreerd.1405 nesten (76.2%) zijn genoteerd als uit en 439 nesten (23,8%) als niet uit. Verliesoorzaken: predatie 195 nesten (10,6%), beweiding 7 nesten (0,4%), werkzaamheden 37 nesten (2%), verlaten 100 nesten (5,4%), overig 6 nesten (0,3%), onbekend 94 nesten (5,1%).

We gaan er van uit dat een groot deel van de 94 nesten met verliesoorzaak 'onbekend' ook predatie betreft. Opgeteld betreft predatie en 'onbekend'  289 nesten (15,7%). De som van predatie en 'onbekend' in 2008 bedraagt 302 nesten (14,6%). De predatie van 2000 tot en met 2009 is gemiddeld 11,8%. De 10,6% predatie in 2009 is wat lager dan het 10-jarig gemiddelde. In de waard schommelt de predatie van weidevogelnesten tussen de 10 en 20%. In muizenarme jaren is de predatie van weidevogelnesten hoger dan in muizenrijke jaren.

Dichtheden in 2009 voor de Alblasserwaard
De dichtheid van de broedparen per 100 ha (bouwland, grasland en overigland, totaal 3.774 ha) en gecorrigeerd voor vervolglegsels was voor de grutto 8,8 (2008: 12,4), kievit 24,9 (2008: 30), scholekster 2,7 (2008: 2,4), tureluur 2,1 (2008: 2,2) en slobeend 0,55 (2008: 0,87). De dichtheid was voor alle soorten lager dan in 2008 en wordt negatief beïnvloed doordat op 19 bedrijven geen nesten werden gevonden of geen nestgegevens werden ingezameld. De dichtheid op bouwland en overig land (totaal 330 ha) van de broedparen/100 ha was voor de grutto 2,4 (2008: 5,8), kievit 193,3 (2008: 217) en voor de scholekster 13,3 (2008: 12,4). De dichtheid van de broedparen/100 ha op 3.444 ha grasland was voor de grutto 9,4 (2008: 12,9), kievit 8,7 (2008: 15), scholekster 1,7 (2008: 1,6), tureluur 2,3 (2008: 2,4) en voor de slobeend 0,48 (2008: 0,9). Duidelijk is dat bouwland en vooral maïsland een grote aantrekkingskracht heeft op kieviten en scholeksters om er te gaan broeden. En op het grasland gaan weer veel grotere aantallen grutto's, tureluurs en slobeenden een nest maken.

Soorten per bedrijf
Van 102 bedrijven werden legselgegevens ontvangen. Op 14 bedrijven werden de nesten van 1 soort gevonden, 28 bedrijven vonden nesten van 2 soorten, 28 bedrijven vonden nesten van 3 soorten en op 32 bedrijven werden de nesten van minimaal 4 soorten aangetroffen en geregistreerd. Nesten van meerkoeten, knobbelzwanen, ganzen en wilde eenden worden meestal niet geregistreerd. Op 89% van de bedrijven werden nesten van kievit gevonden. Gruttonesten waren op driekwart van de bedrijven aanwezig. Op tweederde van de bedrijven werd het broeden van de scholekster vastgesteld. Het nest van de tureluur werd op 37% van de bedrijven gevonden. Slobeendennesten werden op 16% en zomertalingnesten op 4% van de bedrijven aangetroffen. Een nest van de graspieper werd op 3% van de bedrijven gevonden en het nest van de kuifeend, visdief en veldleeuwerik werd ontdekt op 1% van de bedrijven. Broedende graspiepers en veldleeuweriken zijn op veel meer bedrijven aanwezig. Maar het vinden van de nesten van deze soorten is meestal een stuk lastiger. De geluksfactor speelt bij het vinden van een graspieper- en veldleeuweriknest vaak een grote rol. Ook het traceren van het nest van slobeend, kuifkeend en zomertaling wordt vaak als tijdrovend en daardoor als lastig ervaren.

Aantalsontwikkeling bepaald met BMP-monitoring
In het voorjaar van 2006 en 2009 is de weidevogelstand  bepaald met behulp van een onafhankelijke BMP-monitoring. Met deze methode is het mogelijk om betrouwbare gegevens te verzamelen over de aantallen broedparen. De BMP-monitoring is gericht op de aantallen broedparen en niet op de aantallen nesten. Om vervolglegsels zo veel als mogelijk uit te sluiten werden de landelijke standaardregels in acht genomen. In de gebieden van Benschop Rentmeesters die zowel in de Alblasserwaard als in de Vijfheerenlanden liggen zijn in 2009 op 3798 hectare 2183 broedparen geteld die geldig zijn voor de PSAN. De dichtheid van 57,5 broedparen per 100 ha betekent een afname van 5 à 6 procent per jaar in het PSAN-gebied van Benschop Rentmeesters. De dichtheden per soort en per 100 hectare (tussen haakjes de dichtheid in 2006) zijn: graspieper 0,9 (2,9), grutto 10,9 (12,4), kievit 35,8 (41,7), krakeend 0,7 (1,0), kuifeend 0,8 (0,7), scholekster 4,8 (5,3), slobeend 0,6 (0,8), tureluur 2,0 (2,3), veldleeuwerik 0,8 (1,5) en overig 0,2 (0,2). Opvallend is de onverklaarbare afname in dichtheid van de graspieper en de veldleeuwerik. Wat ook opvalt is dat de dichtheid die is bepaald door de BMP-monitoring hoger is dan dan de dichtheid die is berekend met het aantal gevonden nesten. De oorzaak van dit verschil zou kunnen zijn dat niet alle nesten gevonden worden. Of dat niet alle aanwezig vogels overgaan tot het leggen van eieren. Gegevens van de BMP-monitoring in het PSAN-gebied van Den Hâneker waren op het moment van schrijven van dit verslag, helaas, nog niet beschikbaar.

Is er toekomst voor de weidevogels?
In de gebiedsvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden “Samen werken aan een duurzame toekomst” die eind 2009 van de pers is gerold staan in hoofdstuk drie een aantal projecten beschreven. Het eerst beschreven project heeft als titel: “Verbetering van het landschap, versterking van de natuur.” “Actie: een initiatiefgroep wil binnen anderhalf jaar tot een breed gedragen uitvoeringsplan met een langjarige financieringsregeling komen. Het initiatief mikt op de volgende doelen binnen 10 jaar:
-        gerealiseerde ecologische verbindingen (bijvoorbeeld Kinderdijk-Zouweboezem);
-        stabiele weidevogelpopulatie;
-        minder opgaand bos en beplanting; meer hakhout (met onderhoudssubsidie);
-        50% van de slootkanten ondergebracht in agrarisch natuurbeheer;
-        monitoren en evalueren van natuur en landschap;
-        verbeterde ecologische waterkwaliteit.

Voor samenwerking uit te nodigen partijen zijn in ieder geval: de overheden, agrariërs, overige grondgebruikers; natuurbeherende organisaties, natuur- en vogelwachten, Den Hâneker, vrijwilligers. Als eerste stap wil de projectgroep tot een uitvoeringsplan komen.”
Er is een visie en een project dat oproept tot actie. En er zijn nog weidevogels die terugkeren uit de overwinteringsgebieden om hier te gaan broeden, maar de tijd dringt.

Jan Andeweg

 

Verslag startavond 2009

Jan Andeweg opent de bijeenkomst om 20.10 uur en heet de 45 aanwezigen welkom. Een aantal mensen heeft zich afgemeld. Hij noemt ze met name. Hij heet in het bijzonder welkom: Ronald Vonk, een jonge agrariër, die ons vanavond iets zal vertellen over de praktijk van het weidevogelen op zijn bedrijf.

Met een PowerPoint-presentatie geeft Jan een terugblik op het jaar 2008:
Op 7 maart 2008 werd door André Hornstra het eerste kievitsei van Zuid-Holland gevonden.

Op 22 maart werd het eerste gruttonest ontdekt. De eerste nesten hadden het moeilijk vanwege het slechte weer.

Op 10 april werd de eerste alarmtelling gehouden in het kader van het Mozaïekbeheer in polder Noordzijde van Noordeloos. De resultaten vielen wat tegen. Uit de nestregistratie bleek dat er forse predatie, vermoedelijk door marterachtigen, in het gebied was geweest.

Er is in 2008 door 47 vrijwilligers gezocht op 79 bedrijven. Hoewel het aantal vrijwilligers en ook het aantal aangemelde bedrijven is gedaald, zijn er ten opzichte van vorig jaar toch 323 nesten meer gevonden. Voorwaar een mooi resultaat.

Van 15 soorten werden in totaal ruim 2300 nesten gevonden, waarvan Kievit, Grutto, Scholekster en Tureluur in volgorde van aantallen de meerderheid vormden. Een leuk resultaat vormde de gevonden 7 nesten van zomertalingen. Van de 2064 nesten met bekende afloop is 79% uitgekomen.De predatie was laag en lag op 11%.

Jan Paul van der Molen doet verslag van de gehouden alarmtellingen in de polder Noordzijde van Noordeloos. Deze werden 5 keer gehouden bij 7 deelnemende boeren in het pilotproject Nederland Weidevogelrijk (voorheen Nederland Gruttoland).

Geteld werden de territoria van 51 gruttoparen. Het hoogste aantal alarmerende gruttoparen met jongen werd op 24 april geteld, toen waren 20 gruttogezinnen in polder Noordzijde aanwezig. Dat is een brutto territoriaal succes (BTS) van 40%, terwijl minimaal 60% gewenst is voor de instandhouding van de soort. In het project vallen te onderscheiden: lokken van weidevogels met bij voorbeeld vaste mest en plasdras en bescherming tegen verhongering en predatie.

Verdere voorwaarden zijn o.a.: rust in het weiland, weidevogelranden en mozaïekbeheer en uitgestelde maaidata. Voor opgroei van kuikens wordt in dit project gestreeft naar 1,4 hectare kuikenland per gruttopaar. Het mozaïek in polder Noordzijde voldoet daar ruimschoots aan.

Ronald Vonk, een jonge boer uit Giessenburg vertelt over de manier waarop hij weidevogelbeheer toepast op zijn bedrijf. Hij legt uit hoe hij op zijn jong, modern bedrijf het beheer weet in te passen.

Hij weet uit ervaring dat het soms moeilijk is om een manier te vinden om zijn bedrijfsvoering te combineren met weidevogelbeheer. Je moet keuzes maken, waarbij soms het bedrijf, maar soms ook de weidevogels voorrang krijgen. In het begin van het seizoen brengt hij vaste mest op bepaalde percelen om de vogels te verleiden daar te gaan nestelen.

Belangrijk is ook dat hij degenen die op zijn bedrijf meehelpen goed instrueert en vertelt waarop ze moeten letten. Door hart voor de weidevogels te hebben, krijg je er oog en gevoel voor. Hij vindt wel dat zijn inspanningen, zoals ad hoc een vluchtheuvel laten staan, financieel mager beloond worden.

Na de pauze vertellen Jan en Jan Paul over de nieuwe weidevogelpakketten voor 2010.

Het is gebleken dat de huidige pakketten te ingewikkeld zijn en dat deze ook te weinig toegespitst zijn op het groot worden van de jongen. Voor zover nu bekend, zal er alleen subsidie worden gegeven als er op het land van een bedrijf of cluster van bedrijven ook daadwerkelijk weidevogels aanwezig zijn.

    Er zullen gebiedsplannen moeten worden gemaakt. Hierin moeten de grenzen van het gebied worden aangegeven, wie de beheerders zijn, wie de aanvraag gaat coördineren enz. Het gebied zal minstens 100 hectaren groot moeten zijn.Er zal tevens een Plan van Aanpak geschreven moeten worden, waarin het niet meer alleen om de nesten gaat, maar ook om het creëren van weidevogelland en kuikenland, terwijl ook de nestbescherming aangegeven moet worden.

Meer hierover is te vinden op www.vitaalplatteland.nu/. Johan Bezemer van Landschapsbeheer Zuid-Holland geeft nog een nadere toelichting. Ook zal er voorlichting komen o.a. via Den Hâneker. Jan licht de registratie en het belang ervan nog eens toe: stalkaart, schets van de percelen en niet te vergeten het registratieboekje.

De verwerking van de legselgegevens in de database van Landschapsbeheer Nederland is eenvoudiger geworden. Bij Bert Amersfoort kunnen de inloggegevens worden opgevraagd, om direct toegang te krijgen tot de landelijke database voor invoering van de gegevens. Bert.amersfoort@xs4all.nl

Mocht iemand denken het eerste kievitsei gevonden te hebben, dan kan dit gemeld worden bij Landschapsbeheer Zuid-Holland tel. 0182-683666 of mobiel 06-21495954

Na deze informatieve en geanimeerde inleidingen wenst Jan ons allen een goed seizoen toe. Voor de liefhebbers zijn nog markeerstokken aanwezig. Deze stokken en ander beschermingsmateriaal kunnen altijd opgevraagd worden bij Arie Schakel, tel 0184-692076.

Notulist: Harrie Krens.

3.4.2 Eerste Grutto Ei
Met betrekking tot de voortgang van het weidevogelseizoen 2007 kan ik jullie melden dat vanaf 7 april de kievitseieren aan het uikomen zijn. En dankzij het mooie weer zijn er genoeg insecten voor de jongen. Zo is onze inschatting.

Op 7 april is een scholeksternest met 2 eieren gevonden en op 12 april werd een tureluurnest met 4 eieren ontdekt. De grutto's bleken in week 15 goed aan de leg te zijn.

Op 11 april waren diverse graslandpercelen in polder Peursum al gemaaid. Het opsporen en markeren van weidevogelnesten is, nu het gras nog relatief kort is, van het grootste belang. Dit om verliezen door agrarische werkzaamheden te voorkomen.

Jan Andeweg
Weidevogelwerkgroep


Eerste gruttoei 2007

Op een weiland van melkveehouder Nico Bons, langs de Hoogtweg in Ottoland werd op maandag 26 maart 2007 door Henk ten Hulzen en Dirk Kanselaar, vrijwilligers van de weidevogelwerkgroep Alblasserwaard, een gruttonest met 3 eieren gevonden. Dit is de eerste melding van een gruttonest met eieren uit de Alblasserwaard. Het eerste ei in het nest moet door de grutto al op 24 maart zijn gelegd. De grutto is de tweede weidevogelsoort die nu is gestart met het leggen van eieren. Het eerste kievitsnest met 2 eieren werd op 8 maart 2007 in de Alblasserwaard gevonden.