Vogelgebieden

In de Alblasserwaard liggen verschillende belangrijke vogelgebieden die in het hieronder
staande artikel kort besproken worden. (laatst bijgewerkt, voorjaar 2012)

Klik voor een gebiedsbeschrijving op het nummer op de kaart of op één van de links hieronder.
1. Boezemgebied Kinderdijk 
2. De Zouweboezem 
3. Langs de Lek 
4. De Donkse Laagten
5. Dordtsche Avelingen
6. Put van van Zessen/ plasjes van Slingeland
7. Het Alblasserbos
8. Overige gebieden

De Alblasserwaard kent twee belangrijke moerasgebieden, het boezemcomplex bij Kinderdijk
in het westen en in het oosten het Zouweboezem gebied wat overigens voor een flink deel in de Vijfheerenlanden ligt. Klik op onderstaande kaart op de pointers om de gebiedsnamen te zien:


Vogelgebieden weergeven op een grotere kaart

Hieronder volgt per gebied een uitgebreide beschrijving

1. Het Boezemgebied bij Kinderdijk.

Het boezemgebied bij Kinderdijk (atlasblok 38 – 41) is niet vrij toegankelijk maar kan vanaf de Lekdijk en vanaf het rijwielpad, dat tussen de Hooge Boezem van de Overwaard (HBO) en de Hooge Boezem van de Nederwaard (HBN) doorloopt, vrij goed overzien worden. De HBN kan vanaf de aan de westkant gelegen Molenkade redelijk goed worden overzien. In de HBN wordt jaarlijks nog riet geoogst. Dit betekent dat vogels van overjarig riet hier slechts in overhoekjes voorkomen. Als belangrijkste broedvogel geldt wel de Zwarte Stern, die jaarlijks met 20-25 paar aanwezig is. Deze kolonie is goed te bekijken, en te fotograferen, vanaf de parkeerplaats naast Oost Kinderdijk nr. 221. Ook op de grote plas broeden wel Zwarte Sterns en dan meest op natuurlijk materiaal. In het broedseizoen van 2008, 2009 en 2010 was de gehele periode een Witvleugelstern aanwezig. Andere belangrijke broedvogels zijn (gegevens 2008) Bruine Kiekendief (2p), Waterral (5p), Porseleinhoen (7p), Blauwborst (5p), Snor (6p), Rietzanger (11p) en Kleine Karekiet (57p). Na de rietoogst worden hier regelmatig groepjes Waterpiepers gezien. Het riet in de HBO wordt sinds 2005 weer pleksgewijze gemaaid waardoor de verruiging wordt teruggedrongen. Daar de Purperreigers in overjarig riet broeden zal de nodige voorzichtigheid in acht moeten worden genomen wat betreft de jaarlijks te maaien hoeveelheid. Daar er nog veel overjarig riet aanwezig is zijn de vogels die hiervan gebruik maken in de Overwaard beter vertegenwoordigt dan in de Nederwaard.

Een ander groot verschil met de HBN is dat de waterstand nogal kan wisselen. Bij grote hoeveelheden neerslag in het poldergebied van de Overwaard, wordt dit water eerst opgemalen in de HBO en daarna geloosd op de Lek. Het zal duidelijk zijn dat, als dit laat in het voorjaar gebeurt, dit de broedresultaten niet ten goede komt. De belangrijkste broedvogel van de HBO is zonder meer de Purperreiger, in 2008 broedden er minimaal 113 paar. De vogels foerageren voor een groot deel in de Krimpenerwaard en zijn, als ze de Lekdijk overvliegen, goed waar te nemen. Vanaf datzelfde punt kan men ook goed de jagende Bruine Kiekendieven zien die met 2 paar aanwezig zijn. Het gebied is verder belangrijk voor soorten zoals Grauwe Gans (85p), Waterral (8p), Zwarte Stern (0p), Blauwborst (8p), Rietzanger (18p),Kleine Karekiet (68p), Snor (8p), Baardman (4p) en Rietgors (22p). Tijdens de trek en gedurende het winterseizoen is het gebied van belang voor veel eenden en ganzensoorten. Grote aantallen Smienten, Slobeenden, Krakeenden, Wintertalingen, Kuif - en Tafeleenden, Grauwe Ganzen, Kolganzen bevolken dan de grote plas. Ook de Visarend wordt geregeld als pleisteraar en doortrekker gezien. In de nazomer is er een slaapplaats van Bruine Kiekendieven terwijl in de winter de Blauwe Kiekendief te zien is. De Roerdomp wordt zowel in de Over -als de Nederwaard geregeld gezien en is een onregelmatige broedvogel in beide gebieden. Bij het oude gemaal van de HBO worden in het najaar trektellingen verricht. Deze hebben al veel leuke waarnemingen opgeleverd. Al meer dan 225 soorten zijn als trekvogel genoteerd. De grootste aantallen worden gehaald door Vink, Spreeuw, Kievit, Aalscholver, Veldleeuwerik, Graspieper, Houtduif en Grauwe Gans. Als zeldzame(re) soorten kunnen genoemd worden: Schreeuwarend, Roodpootvalk, Slechtvalk, Hop, Kraanvogel, Reuzenstern, Zwarte Zee-eend, IJsgors, Boomklever,Beflijster, Visarend, Buidelmees, Grote Pieper. Ook de tweede Forsters Stern van Nederland is bij de HBO gezien. Voor het gehele boezemgebied is een beheersplan opgesteld wat in 2005 in treed en de nodige verandering in het (riet)beheer tot gevolg zal hebben. Dit zal ongetwijfeld ook gevolgen hebben voor de vogels zowel in soorten als ook in aantallen. Dit jaar is een nieuwe versie gemaakt in verband met het feit dat het gebied is aangewezen als natura 2000 gebied.

 

2. De Zouweboezem.

Het andere grote moerasgebied ligt net ten oosten van de Alblasserwaard tussen Ameide Sluis en Meerkerk aan de oostkant van de Zouwedijk (atlasblok 38 – 26 ). Ook hier vinden we een kolonie Purperreigers.( de grootste van Nederland) Door het gevoerde rietbeheer stond de kolonie onder sterke druk. In het gebied wordt n.l. jaarlijks nog een grote hoeveelheid riet gemaaid. Door goed overleg is dit probleem grotendeels verdwenen, bovendien zijn de reigers ook in overjarig griendhout gaan broeden. Het aantal broedparen was 157 paar in 2005. Het gebied is verder van belang als broedgebied voor Zwarte Stern, Rietzanger, Waterral, Blauwborst, Kleine Karekiet, Zomertaling en Bruine Kiekendief. Het terrein is vanaf de Zouwedijk veel beter te overzien dan het boezemgebied bij Kinderdijk. Vanaf deze dijk is ook de plas van de eendenkooi `De Zouwe` goed te zien; hierop kunnen vele honderden eenden dobberen. Direct ten oosten van Sluis kunt u rechtsaf de dijk af naar een parkeerplaats. Daarvandaan loopt een wandelpad door het gebied. Vanaf deze parkeerplaats heeft u een geweldig overzicht over een moerasgebied waar in de goede tijd veel steltlopers zijn te zien. Ook vanaf de kerk in Meerkerk kunt u het gebied bereiken. Deze route is wel een stuk langer maar zeker zo mooi. Een wandel of fietstocht in mei /juni tijdens zonsopgang is een hele belevenis met vaak vele hoogtepunten.

 

3. Langs de Lek.

Langs de rivier de Lek liggen belangrijke vogelgebieden die in alle seizoenen een bezoek meer dan waard zijn. Tussen Nieuw-Lekkerland en Streefkerk, ter hoogte van de Zijdeweg, ligt ``Gors Landhoeve`` (atlasblok 38 – 42 – 14 ) een in het kader van `geef de rivier de ruimte` afgegraven gors wat doorsneden is door verschillende geulen. Het gebied is in 2005 opgeleverd en trekt veel steltlopers, grote aantallen (Grauwe) ganzen en in de trektijd veel piepers en kwikstaarten. De Waterpieper is hier wintergast. In de wintermaanden waren hier altijd grote aantallen eenden aanwezig maar het is nu even afwachten wat de ontwikkelingen zullen zijn. De verwachtingen zijn hoog gespannen. De eerste zeldzaamheid is al gezien. Op 6 november 2005 werd een Grote Pieper ontdekt die fraai kon worden bekeken. In de grienden tussen Streefkerk en Groot Ammers kunnen we vele soorten struweelvogels aantreffen zoals Fitis, Kleine Karekiet, Ransuil,Rietgors, Heggenmus, Blauwborst. Even ten oosten van Groot Ammers (atlasblok 38 – 34 – 22 ) huist een kolonie Blauwe Reigers van ruim 100 paar. In deze omgeving is ook het Ooievaarsdorp, dat gerund wordt door de Hâneker, met op en rond het terrein vele Ooievaars. Ten westen van Tienhoven vinden we de Koekoekswaard (atlasblok 38 – 25 – 45 ), een terrein met echte rivierduinen en prachtige duindoornhagen, die in het voorjaar een schitterend gezicht opleveren. Grote aantallen lijsterachtige eten in het najaar de struiken kaal. In het winterseizoen zitten hier vaak vele honderden Smienten op de Lek. Langs de Lekdijk staan vele, vaak oude, knotwilgen, ook zijn hier nog enkele hoogstamboomgaarden. Vogels voor deze omgeving zijn Steenuil, Grote Bonte Specht, Gekraagde Roodstaart, Grauwe Vliegenvanger, Bosuil en Grote Lijster.

 

4. De Donksche Laagten.

Dit 159 ha grote poldergebied ligt tussen Bleskensgraaf en Streefkerk (atlasblok 38–43–24) en bestaat uit twee gedeelten, polder Kortenbroek aan de noordzijde van het Achterwaterschap en polder Langenbroek aan de zuidzijde daarvan. Het gebied is sinds 1983 een natuurreservaat met weidevogeldoelstelling en als zodanig van belang voor Wintertaling, Zomertaling, Slobeend, Tafeleend, Scholekster, Kievit, Watersnip, Grutto, Tureluur, Veldleeuwerik en Graspieper. In de riet - en ruigtestrook langs het waterschap broeden o.a. Rietzanger, Bosrietzanger, Blauwborst, Kleine Karekiet en Rietgors. Van grote betekenis is het gebied voor duizenden overwinterende (Kol) ganzen. De ganzen arriveren vanaf eind oktober in de Waard en de aantallen kunnen oplopen tot meer dan 15.000. Ook honderden Brandganzen, tot soms enkele duizenden, en tientallen Grauwe Ganzen worden hier gezien. Een zeldzaamheid als de Roodhalsgans is vrijwel elke winter aanwezig. Daar de waterstand in het winterseizoen hoog is, komen er tijdens de trek en in het winterhalfjaar honderden Smienten foerageren. Vaste wintergast is de Slechtvalk en de Blauwe Kiekendief. In de nazomer komen in dit gebied Bruine Kiekendieven de nacht doorbrengen. Het terrein is niet vrij toegankelijk, maar vanaf de Geerweg en Donkse weg kan polder Langenbroek goed bekeken worden, terwijl aan de noordzijde van polder Kortenbroek een wandel/ fietspad ligt, waardoor dit gedeelte goed te overzien is.

 

5. De Dordtsche Avelingen.

Dit buitendijkse gebied ligt tussen Boven Hardinxveld en Gorinchem aan de Boven Merwede (atlasblok 38 – 55– 35 ). Het is een natuurgebied in beheer bij SBB. Voor de afsluiting van het Haringvliet liep het geregeld onder water, tegenwoordig alleen maar meer bij zeer hoge rivierwaterstanden. Het gebied is van belang voor weidevogels, Grutto, Watersnip, Tureluur, Scholekster, Zomertaling, Veldleeuwerik en Graspieper zijn hier broedvogel. Ook de Grauwe Gans broed tegenwoordig in het gebied. De in het terrein aanwezige grienden hebben een rijke zangvogelstand o.a. Wielewaal, Matkop, Groene Specht, Gekraagde Roodstaart, Buizerd en af en toe de Nachtegaal. Er zijn twee kolonies van de Blauwe Reiger. Op het Avelingerdiep zijn in het winterhalfjaar vele 100en duikeenden aanwezig. Ook komen hier geregeld enkele 1000en ganzen drinken en wassen. Het is een van de betere plaatsen in de Alblasserwaard om Rietganzen te zien.

 

6. De Put van van Zessen / Plasjes van Slingeland.

In het oosten van de Alblasserwaard ligt in polder Botersloot een zandwinningplas, de put van van Zessen(atlasblok 38 – 36 – 52 ) eigendom van SBB. Dit niet toegankelijke terrein is voor een gedeelte te overzien vanaf de Parallelweg aan de oostzijde van het gebied. In het voorjaar zijn hier vele tientallen Grutto`s aanwezig. Verder is dit dan een goede plek voor Zwarte Stern, Zomertaling, Slobeend, Scholekster, Kemphaan en Tureluur. In het bosgedeelte zitten reeën en hier slapen in de winter flinke aantallen van de Grote Zilverreiger. Ten westen van dit gebied ligt, langs Provinciale weg 36, recreatieterrein Slingeland (atlasblok 38 -45 – 22 ). In dit terrein van plassen en bossages kan van 3 plassen de waterstand kunstmatig verlaagd worden. In het voorjaar en in de nazomer wordt voor een periode van telkens 4 weken de waterstand verlaagd waardoor slikvlaktes beschikbaar komen voor de steltlopers. Vooral de eerste jaren trok dit veel soorten en grote aantallen vogels aan. Het kunsteiland herbergt een kolonie Visdieven (20 paar). Het terrein is goed begaanbaar en geheel vrij toegankelijk. De Visarend is een vrijwel jaarlijkse doortrekker. Ook Roerdomp en IJsvogel worden regelmatig waargenomen. Bij laagwater in het voorjaar komen zeer grote aantallen Grutto`s foerageren en slapen. Andere geregelde bezoekers zijn Kemphaan, Oeverloper, Bosruiter, Witgat, Groenpootruiter, Zomertaling, Bergeend en Slobeend. In het gebied broeden verwilderde Grauwe Ganzen en Kolganzen. Ook is er een stel Schotse hooglanders aanwezig. In het struikgewas broeden o.a. Fitis, Blauwborst, Tjiftjaf, Bosrietzanger, Ransuil en Matkop. In de omliggende polders zitten in het winterseizoen veel Grote Zilverreigers.

 

7. Het Alblasserbos.

In beginjaren `80 is er in de Alblasserwaard op meerdere locaties bos aangeplant. De grootste complexen liggen in de gemeenten Alblasserdam, Oud Alblas, Papendrecht en Wijngaarden. Locatie Alblasserdam /Oud Alblas is door de aanleg van de Betuwelijn al een flink stuk kleiner geworden. Er zijn enkele wandelroutes en er loopt een ruiterpad door dit gedeelte. In de noordoost hoek ligt een oude boomgaard. In dit gedeelte bevindt zich een BMP - plot dat sinds 1985 geteld word. In 1985 broedden er 21 soorten, in 1990 34 soorten en de laatste jaren worden 30 soorten als broedvogel gekarteerd. Enkele soorten zijn:Grote Bonte Specht, Zanglijster, Gekraagde Roodstaart, Bosrietzanger, Spotvogel, Tuinfluiter, Zwartkop, Wielewaal, Vink en Buizerd. Locatie Grote Nes, gelegen in de gelijknamige polder, wordt aan de westkant begrensd door de Groep, een meander van het veenriviertje De Alblas. Vanzelf heeft dit invloed op de broedvogels. Het gebied wordt sinds 1990 geïnventariseerd, het aantal broedvogels ligt al enkele jaren rond de 25. Leuke soorten hier zijn Sperwer, Groene Specht, Kleine Karekiet, Sprinkhaanzanger en Grasmus. Ten westen van Wijngaarden ligt een ander deel van het Alblasserbos, waarin enkele wandelroutes zijn uitgezet. Aan de Matenaseweg ligt een parkeerplaats en ook bij het educatief centrum van de Natuur en Vogelwacht kan men zijn vervoermiddel parkeren. In het meest westelijke deel van dit complex ligt een griend die nog regelmatig gehakt wordt. Het aantalsoorten broedvogels ligt jaarlijks tussen de 35 en 40. Holenduif, Groene Specht, Grote Bonte Specht, Bosuil, Buizerd, Roodborst,Gekraagde Roodstaart, Grauwe Vliegenvanger, Staartmees, Matkop, Wielewaal en Gaai komen hier voor. Vanaf de oostkant van Wijngaarden kan men het Kraaienbos bereiken. Een gedeeltelijk al wat oudere aanplant met daarnaast aanplant van recente datum. Ook hier soorten als Staartmees, Matkop, Fitis, Sperwer, Buizerd, Torenvalk en Vink. Aan de overzijde van de provinciale weg ligt de Kraaienplas, een, enkele jaren geleden, gegraven plas waarbij van het omringende terrein de toplaag is verwijderd, waardoor zich een schaarse vegetatie ontwikkelde. Broedvogels hier zijn Kievit, Scholekster, Fuut, Slobeend en Rietgors. In de trektijd vaak Smienten, Wintertaling, Dodaars, Kuif – en Tafeleenden.
 

8. Overige gebieden.

Verspreid door de >Alblasserwaard vinden we verschillende eendenkooien, die oases van rust zijn en daardoor vaak een rijke (zang)vogelstand hebben. Als broedgebied zijn ze van belang voor Ransuil, Buizerd, Boomvalk, Torenvalk, Grauwe Vliegenvanger en Matkop. Verspreid door de Alblasserwaard lopen verschillende tiendwegen, vaak beplant met (knot) wilgen, elzen, populieren en op de koppen van de dammen vaak essen. Vooral in het oosten van de waard vinden we ook veel eiken. Deze groene linten zijn van groot belang voor de natuurwaarden van onze waard. Veel soorten planten en dieren worden hier gevonden of maken gebruik van deze verbindingswegen. Het is het broedgebied van o.a. Torenvalk, Boomvalk, en Ransuil, die graag in oude kraaiennesten broeden. Maar ook Buizerd en Steenuil kunnen we hier tegenkomen. In de trektijd worden hier vaak grote groepen Vinken, Putters, Sijzen, Groenlingen, lijsters, mezen en in de sommige jaren Barmsijzen gezien. Door de Alblasserwaard lopen enkele natuurlijke watergangen zoals de Alblas en de Giessen en verschillende gegraven waterlopen zoals het Achterwaterschap tussen Kinderdijk en Groot Ammers. Tussen Groot Ammers en Giessenburg loopt de Ammerse boezem die overgaat in de Ottolandse vliet en daarna verder gaat als Peursumse vliet. Bij Hardinxveld vinden we Het Kanaal van Steenenhoek. Na Gorinchem is dit het Merwede kanaal. Op veel van deze wateren vinden we in het winterseizoen groepen Kuif - en Tafeleenden, honderden Meerkoeten en Wilde Eenden, groepjes Waterhoentjes en Grote Zaagbekken. Vooral langs het Achterwaterschap ook grote groepen Smienten en Wintertalingen. Als broedgebied zijn deze waterlopen van belang voor Fuut en Meerkoet, terwijl op plaatsen waar de oevers begroeid zijn met een bredere riet - en ruigtestrook Kleine Karekiet, Rietzanger en Rietgors broedvogel zijn.

Plas / dras gebieden

Sinds een enkel jaar zijn er in de Alblasserwaard ook enkele zogenaamde plas – dras gebieden. Bedoelt voor de plaatselijke weidevogels zijn ze ook van groot belang voor de doortrekkers onder de steltlopers. Een van de meest interessantste is wel die in de Donksche Laagten in polder Langenbroek (atlasblok 38 - 43 – 24 ). Hier wordt een weiland het gehele jaar gedeeltelijk nat gehouden en door de ongelijkheid van het terrein is de waterdiepte zeer verschillend wat voor zeer veel vogels een ideale omstandigheid is. Vooral in de trektijd is het hier een komen en gaan van zeer grote aantallen vogels maar ook in de wintermaanden is er veel te zien. Het aantal Grutto`s kan in het voorjaar en na de broedtijd oplopen tot ver boven de 1000 exemplaren (max. op 14 juni 2008, 2892 exemplaren). Andere soorten die in grote aantallen gezien kunnen worden zijn: Wulp, Kievit, Scholekster,Watersnip, Tureluur, Wintertaling en Smient. Verder worden de volgende soorten geregeld waargenomen: Kemphaan, Bosruiter, Witgat, Groenpootruiter, Bonte Strandloper, Bontbekplevier. Het gebied fungeert als slaapplaats voor veel soorten. In het voorjaar, zomer en najaar zijn dat vooral de steltlopers in de wintermaanden kunnen we hier de ganzen en zwanen aantreffen.

Een ander plas - dras gebied ligt ten westen van de eendenkooi van Oud Alblas, (atlasblok 38 -42 – 35 ). Dit gebied ligt ten zuiden van het fietspad wat langs het Achterwaterschap loopt en is zeer goed te overzien. Een parkeerplaats bevindt zich ten oosten van dit gebied nabij de Zijdebrug. Ook dit gebied is van grote betekenis voor de doortrekkende steltlopers en de in de omgeving broedende weidevogels. In tegenstelling tot het gebied in de Donksche Laagten staat dit gebied alleen in het voorjaar onder water. Hoelang is afhankelijk van de duur van de subsidie verstrekking door de overheid. Vooral de Grutto maakt veel gebruik van dit gebied. Maar ook hier soorten als Zomer - en Wintertaling, Slobeend, Bergeend, Kemphaan, Tureluur, Groenpootruiter, Bosruiter, Witgat maar ook Kleine Strandloper en Temmincks Strandloper worden in de goede tijd waargenomen. Dit soort gebieden word gerealiseerd met medewerking van de boeren die hun gebied daarvoor beschikbaar stellen en hiervoor een subsidie ontvangen.

Ganzengebieden

Daar de Alblasserwaard een belangrijk doortrek en overwinteringgebied voor 1000en ganzen is, mag een apart stukje over deze groep niet ontbreken. De belangrijkste pleisterplaatsen in het westen van de Alblasserwaard zijn de polder Bleskensgraaf, ten noorden van de plaats Bleskensgraaf (38-43-44), polder Gijbeland en polder Brandwijk gelegen ten zuiden en noorden van de plaats Brandwijk(38-44-21). Bij veel verstoring wijken de vogel uit naar de polders Streefkerk en Nieuw Lekkerland. Begin winter kunnen de aantallen hier oplopen tot meer dan 10.000 en als in het voorjaar de terugtrek begint, kunnen er op sommige dagen wel 20.000 ganzen aanwezig zijn. Vooral in het voorjaar kunnen er dan enkele 1000en Brandganzen tussen zitten. In het zuidoosten van onze waard zijn vooral de polder Het Broek ten noorden van Giessen-Oudekerk en de omliggende polders belangrijk. De vogels die hier foerageren, slapen hoofdzakelijk in de Biesbosch en het is dan ook een fascinerend gezicht om de vele 1000en ganzen `s avonds richting slaapplaatsen te zien vliegen. Dankzij de vele halsring aflezingen bij de Kolgans zijn we meer te weten gekomen over plaatstrouw en doortrek van de ganzen. Wie Kleine Zwanen wil zien in de Alblasserwaard kan het beste de omgeving van Wijngaarden bezoeken. Dit is dé plek om deze mooie zwanensoort te zien. De aantallen kunnen oplopen tot zo`n 300 exemplaren. Voor de meest actuele informatie over het voorkomen van ganzen en zwanen, en ook andere minder algemene soorten, kunt u het beste de waarnemingenrubriek van de vogelwerkgroep raadplegen.

Vogelkijkhut Adri de Gelder

Op vrijdag 18 januari 2008 werd de vogelkijkhut aan de noordkant van de grote plas van de Hooge boezem van de Overwaard officieel in gebruik genomen. Het is, tot nu toe, de enige vogelkijkhut in de Alblasserwaard. De hut is vernoemd naar onze oud voorzitter die tijdens zijn werkvakantie in de Oekraïne plotseling is overleden. De hut is te bereiken via Nieuw – Lekkerland. U gaat hier de Middelweg (38-42-21) af en na ongeveer 500 meter wordt deze gekruist door de Tiendweg. Deze Tiendweg volgt u in westelijke richting en u komt zo vanzelf bij de hut. Honderd meter voor de kruising Middelweg / Tiendweg is,aan de westkant, een grote parkeerplaats. De tiendweg is verboden voor auto`s. Vanuit de hut (38-41-35) kunt u een groot deel van het gebied overzien. Sinds de man Blauwvleugeltaling die hier voorjaar 2008 verbleef is de hut landelijk al geen onbekende meer. Wat kun je er zoal aantreffen. Afhankelijk van het seizoen 1000en Smienten verder Slob-, Kuif-, Tafel- en Krakeend, Wintertaling, Bruine en / of Blauwe Kiekendief, Baardman, Blauwborst, Zwarte Stern en Purperreiger. Verder broeden hier veel Grauwe Ganzen, in het winterseizoen slapen hier ook veel Grauwe- en Kolganzen. Verder is hier een grote Spreeuwenslaapplaats tot meer dan 100.000 exemplaren. Het gebied zelf is niet vrij toegankelijk!!