Planten- en Insectennieuws

 

Tongvarens vinden nieuwe groeiplaats

Tijdens het inventariseren ontdekten leden van de Planten- en Insectenwergroep enkele Tongvarens. Deze soort komt in de Alblasserwaard slechts op enkele plaatsen voor, maar heeft dank zij de Betuweroute nieuwe vestigingsplaatsen gevonden. Het beton van de geluidswallen laat geen enkele plantengroei toe. Maar op die muren is geluiddempend materiaal aangebracht aan de kant van de rails. Kennelijk is daar voldoende vocht en voeding te vinden voor de Tongvarens.

Bij deze waarneming op waarneming.nl is een kaartje is te zien waar de Tongvarens zich bevinden. Ook een Mannetjesvaren heeft zich hier gevestigd. Het terrein van de Betuweroute is verboden toegang, maar op de aangegeven locatie zijn de varens van achter het hek te zien, zeker met een verrekijker. Het is niet onmogelijk dat zich op meerdere plaatsen Tongvarens gevestigd hebben.

 

De Rivierlibel (augustus 2011)
De Rivierrombout (Ghompus flavipes) leek in de 20e eeuw verdwenen uit Nederland. De laatste waarneming was immers uit 1902, maar aan het einde van de vorige eeuw was er een spectaculaire terugkeer van deze geelzwarte “rivierlibel”. Na dik 90 jaar werd een larve gevonden in de rivier de Waal en in de jaren erna doken op steeds meer plaatsen langs de grote rivieren Rivierrombouten op.



(Rivierrmbout Nieuw-Lekkerland  Richard Slagboom)

Wat de reden is geweest van deze plotselinge terugkeer is niet geheel duidelijk, maar het is goed mogelijk dat de verbeterde waterkwaliteit van onze grote rivieren en de klimaatsverandering (hogere watertemperatuur) daaraan hebben bijgedragen.

De Rivierrombout brengt het grootste deel van z’n leven door als larve op de bodem van de rivier. Vaak is dit in een rustig gedeelte dat ondiep is en waar het minder snel stroomt, bijvoorbeeld tussen twee kribben. Na ongeveer drie jaar kruipt de larve uit het water en sluipt uit. Dat uitsluipen duurt ongeveer een uur. Daarna is de imago (volwassen insect met vleugels) nog kort in de buurt van de rivier om uit te kleuren, waarna ze vaak spoorloos verdwijnt. Omdat imago’s vaak zo moeilijk zijn te vinden, wordt de soort meestal geteld aan de hand van excuvia (uitsluiphuidjes) die te vinden zijn langs de vloedlijn van de rivier.

Toen de soort eind jaren’ 90 aan zijn opmars langs de grote rivieren begon, is er ook gezocht langs de rivieren die de Alblasserwaard omsluiten. Langs de Merwede was het gelijk raak. In 1999 werden rond Gorinchem (Avelingen) en op de strandjes van de Sliedrechtse Biesbosch diverse Rivierrombouten en excuvia’s gevonden.

Hoewel er langs de Lek ook gericht is gezocht, wilde het daar op één of andere manier niet lukken. Er werd naar verklaringen gezocht: stroomt de Lek misschien te hard of is het verschil tussen eb en vloed te groot? Men wist het niet, maar het feit bleef, dat er geen Rivierrombouten opdoken langs de rivier de Lek.

Pas in 2002 was het raak. Aan de overkant van de Lek in Krimpen a/d Lek werd op de Kleine Zaag een imago gevonden. De eerste waarneming aan de Alblasserwaardse kant van de rivier was in 2007, toen er een exemplaar werd ontdekt in de Koekoekwaard nabij Tienhoven. En daar bleef het bij tot 25 augustus 2011. Op een grasveldje bij de watertoren van Nieuw-Lekkerland vond ik een vrouwtje Rivierrombout.

Ik moet daarbij eerlijkheidshalve wel zeggen, dat ik deze zomer aardig wat uurtjes specifiek naar deze soort op zoek ben geweest. Maar het geeft de burger moed, dat dit niet voor niets is geweest. Laten we hopen dat deze mooie libellensoort zich in de toekomst vaker laat zien langs de rivier de Lek.

Richard Slagboom (september 2011)